Statuut

07R30378-nnp605-N-14082007
OPRICHTING STICHTING

Heden, vijfentwintig augustus tweeduizend zeven,
verscheen voor mij, mr. RUDOLF ERNST Nagtzaam, notaris in de gemeente Renkum,
de heer THOMAS GRESNICH, coördinator onroerend goed,
kantooradres Utrechtseweg 153 te 6862 AH Oosterbeek, ten deze handelend als schriftelijk gevolmachigde van:
de heer PIETER BURGSTEYN,.
De comparant, handelend in hoedanigheid als gemeld, verklaarde bij deze akte namens zijn volmachtgever PIETER BURGSTEYN, hierna ook te noemen: oprichter, een stichting in het leven te roepen en daarvoor de volgende statuten vast te stellen:

NAAM

Artikel 1
De stichting draagt de naam: “Stichting Oud Renkum”

ZETEL EN DUUR
Artikel 2
De stichting heeft haar zetel te Renkum, en is voor onbepaalde tijd opgericht.

DOELSTELLINGEN
Artikel 3
1. De stichting stelt zich ten doel:
a. het bevorderen van de belangstelling voor en de kennis van de geschiedenis van de  gemeente Renkum in het algemeen, en het gelijknamige dorp en haar omgeving in het bijzonder (hierna te noemen: Renkum);
b. het bevorderen van cultuuruitingen die typerend zijn voor of betrekking hebben op Renkum, zoals streektaal, volkscultuur en literatuur;
c. het (doen) behouden van voorwerpen, boeken, foto’s, prentbriefkaarten, documentatie etc. die vanuit cultuurhistorisch oogpunt belangwekkend zijn voor Renkum;
d. het in eigendom of beperkt zakelijk recht verkrijgen van voorwerpen, boeken, foto’s, prentbriefkaarten, documentatie etc. die vanuit cultuurhistorisch oogpunt belangwekkend zijn voor Renkum. Het samenbrengen van deze roerende goederen in een collectie (hierna te noemen: “Collectie Burgsteyn”), en het op een verantwoorde manier beheren daarvan. Het zoeken van een bestemming hiervoor die de beste waarborgen biedt voor het behoud daarvan in een duurzame staat;
e. het op een verantwoorde manier beheren, dan wel doen of laten beheren van collecties die haar in bruikleen zijn gegeven;
f. het (doen) behouden van voor Renkum karakteristieke gebouwen en andere objecten, dorpsgezichten, landschapselementen etc.;
g. het verrichten van alle verdere handelingen die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
2. De stichting beoogt niet het maken van winst.

MIDDELEN TER VERWEZENLIJKING VAN DE DOELSTELLINGEN
Artikel 4
De stichting tracht de doelen onder meer te bereiken door:
a. het (doen) inventariseren van relevante historische bronnen;
b. het bevorderen en verrichten van geschiedkundig onderzoek;
c. het (doen) publiceren van onderzoekresultaten en voorlichtingsmateriaal;
d. het organiseren van educatieve activiteiten zoals lezingen, excursies/wandelingen  en tentoonstellingen;
e. het verwerven van roerende en onroerende goederen;
g. het verlenen van subsidie voor restauratie, verbeteringen, aankoop en/of inrichting van aan het doel van de stichting beantwoordende roerende en onroerende goederen;
h. het verlenen van ondersteuning aan gevolmachtigden als bedoeld in artikel 11 lid 2.
i. het volgen en desgewenst begeleiden en beïnvloeden van beleid- en besluitvormingsprocessen met betrekking tot aan het doel van de stichting beantwoordende roerende en onroerende goederen;
j. alle andere wettige middelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van de stichting kunnen bevorderen .

VERMOGEN
Artikel 5
Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door:
a. subsidies en sponsorgelden;
b. schenkingen, erfstellingen en legaten;
c. bijdragen van particuliere en kerkelijke instellingen, verenigingen en personen;
d. opbrengsten uit de verkoop van publicaties, reproducties van afbeeldingen, documentatie etc.;
e. opbrengsten uit roerende en onroerende goederen;
f. opbrengsten uit het doen en/of begeleiden van historisch onderzoek voor en/of door derden;
g. alle andere verkrijgingen en baten.

BEGUNSTIGERS
Artikel 6
1. De stichting werft begunstigers. Zij zijn natuurlijke en rechtspersonen, die de stichting in welk opzicht dan ook steun verlenen en door het bestuur als zodanig zijn aangemerkt.
2. Het bestuur houdt een register bij waarin de namen en adressen van alle begunstigers zijn opgenomen.

BESTUUR
Artikel 7
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit tenminste drie en ten hoogste vijf leden, echter te allen tijde een oneven aantal. Zij  worden benoemd door het bestuur. Het aantal wordt, met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde, door het bestuur met algemene stemmen vastgesteld.
2. Tot bestuurder kunnen uitsluitend natuurlijke personen worden benoemd.
3. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester.
4. De voorzitter, secretaris en penningmester vormen gezamenlijk het dagelijks bestuur.
5. De functies van voorzitter en secretaris dan wel secretaris en penningmeester kunnen  door één persoon worden vervuld.
6. In geval van een vacature in het bestuur wordt dit zolang hierin niet is voorzien, door de overige leden daarvan gevormd. Mocht(en) in het bestuur één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige bestuurslid niettemin een wettig bestuur, behoudens het bepaalde in artikel 10.
7. Bij het ontstaan van een vacature in het bestuur wordt dit zo snel mogelijk door middel van een schrijven aan de begunstigers bekend gemaakt, met het verzoek om binnen veertien dagen schriftelijk een voordracht te doen van personen die voor de functie in aanmerking komen. Deze voordracht is niet bindend.
8. Het bestuur houdt een lijst bij met bestuursleden en hun benoemingsdata. Elk lid treedt uiterlijk vijf jaar na zijn/haar benoeming af, volgens een door het bestuur op te stellen rooster van aftreden. De aftredende persoon is onmiddellijk herbenoembaar. Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van de voorganger in.
9. De bestuursleden genieten geen beloning ten laste van de kas van de stichting. Werkelijk gemaakte onkosten kunnen evenwel ten laste van de stichting worden gedeclareerd, voorzover het bestuur daartoe besluit.

BESTUURSVERGADERINGEN
Artikel 8
1 . Het bestuur vergadert minstens één keer per kalenderjaar en voorts zo vaak als twee leden daartoe een schriftelijk verzoek met de te behandelen punten aan de voorzitter  richten. Als de voorzitter niet op een dergelijk verzoek reageert in de zin dat de vergadering binnen drie weken daarna kan worden gehouden, zijn de verzoekers bevoegd om zelf een vergadering bijeen te roepen.
2. Behalve in spoedeisende gevallen wordt het bestuur in vergadering bijeengeroepen door tenminste zeven dagen daarvoor verzonden uitnodigingen, waarin zoveel mogelijk de te behandelen onderwerpen staan vermeld, evenals de datum, de plaats en het tijdstip.

BESLUITVORMlNG
Artikel 9
1. Het bestuur kan geen besluiten nemen indien niet tenminste de helft van het aantal leden aanwezig is. Het is echter bevoegd ongeacht het aantal aanwezige leden een besluit te nemen indien dat niet op de vorige vergadering kon worden genomen omdat niet tenminste de helft van de leden aanwezig was.
2. Ieder bestuurslid heeft één stem. Voor zover in deze statuten niet anders is bepaald, worden de besluiten van het bestuur genomen met een volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Blanco stemmen zijn ongeldig en worden beschouwd als onthouding van stemmen.
3. Indien met betrekking tot een bestuurslid sprake is van tegenstrijdig belang ten aanzien van een te behandelen onderwerp tijdens een vergadering, is de betreffende persoon niet bevoegd om hierover mee te beraadslagen en mee te beslissen. Dit ter beoordeling van het bestuur door een met gewone meerderheid van stemmen genomen besluit.
4. Indien bij een stemming over personen geen van hen de volstrekte meerderheid krijgt, vindt een herstemming plaats over de twee kandidaten op wie de meeste stemmen werden uitgebracht. Indien niet kan worden uitgemaakt over wie de herstemming moet plaatsvinden omdat meer dan twee personen een gelijk aantal stemmen hebben gekregen, wordt door een tussenstemming bepaald over wie een herstemming zal plaatsvinden. Indien bij een herstemming of een tussenstemming de stemmen staken of op meer dan één persoon het hoogste aantal stemmen is uitgebracht, beslist het lot.
5. Stemming over zaken gebeurt mondeling tenzij een stemgerechtigde een schriftelijke, met gesloten en ongetekende briefjes, stemming wenst.
Stemming over personen gebeurt altijd schriftelijk met gesloten, ongetekende briefjes.
6. In alle geschillen omtrent stemmingen waarin de statuten niet voorzien, beslist de voorzitter.
7. Het bestuur is bevoegd zowel in als buiten vergaderingen besluiten te nemen. In het laatste geval is daartoe vereist dat alle leden hun stem schriftelijk uitbrengen.

VOORZITTERSCHAP – NOTULEN
Artikel 10
1. Vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Ontbreekt hij/zij dan treedt een van de andere bestuurders als zodanig op.  Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan regelt de vergadering dat zelf.
2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris, of een andere door de voorzitter daartoe aangewezen persoon, een verslag gemaakt, eventueel vergezeld van een besluitenlijst.
3. Een verslag wordt door het bestuur in de eerstvolgende vergadering vastgesteld en ten blijke daarvan door de voorzitter en secretaris ondertekend.

BESTUURSVERTEGENWOORDIGING
Artikel 11
1. De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het gehele bestuur. De stichting kan eveneens in en buiten rechte vertegenwoordigd worden door de voorzitter en ingeval van diens ontstentenis of verhindering door een ander lid van het dagelijks bestuur.
2. De voorzitter kan de secretaris schriftelijk machtigen bepaalde brieven en andere uitgaande stukken alleen te ondertekenen.
3. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meerdere bestuurders, als ook aan derden, om de stichting zelfstandig of met een of meer anderen binnen de grenzen van die volmacht in en buiten rechte te vertegenwoordigen. De stichting wordt daardoor verbonden. Deze volmacht dient door ten minste twee der bestuurders te zijn ondertekend.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP
Artikel 12
Een bestuurder defungeert:
a. door tussentijds aftreden;
b. door overlijden;
c. door ontslag, met algemene stemmen verleend door de gezamenlijke overige bestuurders;
d. door ontslag op grond van artikel 2:298 van het Burgerlijk Wetboek;
e. door ontslag door de rechtbank;
f. door het verstrijken van de benoemingsperiode.

BEVOEGDHEDEN BESTUUR
Artikel 13
1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting;
2. Het bestuur heeft alle bevoegdheden die niet bij de statuten, een reglement of een ander besluit van het bestuur aan anderen zijn toegekend;
3. Het bestuur is onder meer bevoegd tot:
a. het aanvaarden en verlenen van subsidies;
b. het aanvaarden en verwerpen van erfstellingen en legaten, alsmede het aanvaarden en afwijzen van schenkingen. Erfstellingen mogen slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving (“beneficaire aanvaarding”) worden aanvaard;
c. het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen;
d. het subsidiëren van aankopen en/of aankopen van roerende en onroerende goederen;
e. het delegeren van bevoegdheden aan commissies en/of werkgroepen die door het bestuur zijn ingesteld;
4. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.
5. Door het bestuur ingestelde werkgroepen en/of commissies hebben uitsluitend de bevoegdheden die hen bij deze statuten, een reglement of een ander besluit van het bestuur zijn opgedragen.
Ze zijn belast met de uitvoering van de besluiten van het bestuur en zijn te allen tijde verantwoording schuldig aan het bestuur.

BOEKJAAR EN JAARSTUKKEN
Artikel 14
1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Per einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting door de penningmeester afgesloten. Daaruit worden door hem/haar een balans en een staat van baten en lasten opgemaakt.
3. Het bestuur benoemt jaarlijks een commissie van tenminste twee personen die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. Deze onderzoekt de rekening en verantwoording van de penningmeester, en brengt aan het bestuur verslag uit van haar bevindingen.
Indien het binnen een termijn van veertien dagen niet is gelukt een bedoelde commissie te benoemen, zal de commissie omwille van de voortgang van zaken worden gevormd door twee door het bestuur te benoemen bestuursleden.
4. Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis dan kan de commissie van onderzoek zich door een deskundige laten bijstaan. De penningmeester is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en financiële bescheiden van de stichting te geven.
5. De secretaris maakt jaarlijks een verslag van de werkzaamheden van de stichting over het afgelopen boekjaar.
6. De jaarstukken van de secretaris en de penningmeester worden door het bestuur vastgesteld.
7. De jaarstukken dienen voor altijd in het stichtingsarchief bewaard te blijven.

ARCHIVARIS
Artikel 15
1. Het bestuur doet zich bijstaan door een archivaris en stelt deze aan. Naast de hierna genoemde taken kunnen de werkzaamheden en verantwoordelijkheden van de archivaris nader bij een reglement worden vastgesteld.
2. De archivaris beheert het archief van de stichting en de “Collectie Burgsteyn”. Hij beheert, dan wel draagt zorg voor beheer, van de aan de stichting in bruikleen gegeven collecties en alle daartoe behorende roerende en onroerende goederen.
3. De archivaris draagt zorg dat voor elke collectie een reglement aanwezig is voorzien van de naam van de collectie. In het reglement dienen tenminste opgenomen te zijn, voorwaarden en eisen ten aanzien van beheer, regels te volgen bij ontbinding van de stichting en gegevens van de bruikleengever. De bruikleengever van een collectie kan een laatste wilsbeschikking in deze doen opnemen in het reglement.

REGLEMENT
Artikel 16
1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen waarin de onderwerpen worden geregeld die niet in deze statuten zijn vervat.
2. Het reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.
3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd een reglement te wijzigen of op te heffen, met uitzondering van reglementen ten behoeve van collecties waarvan de schenker overleden is.
4. Een besluit tot vaststelling, wijziging of opheffing van een reglement moet genomen worden met een meerderheid van stemmen van tenminste drie/vierde van de leden van het bestuur. Voorstellen voor besluiten als dit moeten tenminste drie weken voor de bedoelde vergadering bij uitnodiging, waarin de voorgestelde vaststelling, wijziging of opheffing letterlijk is opgenomen, ter kennis van de leden zijn gebracht.

STATUTENWIJZIGING
Artikel 17
1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit daartoe moet worden genomen met een meerderheid van stemmen van tenminste drie/vierde van de leden, die allen aanwezig moeten zijn, en onder de voorwaarde dat er niet meer dan twee vacatures in het bestuur zijn. Indien dit besluit niet kan worden genomen omdat niet alle leden ter vergadering aanwezig zijn, kan het in een volgende vergadering geschieden. Deze mag niet eerder dan één week en niet later dan één maand na de eerstbedoelde vergadering worden gehouden. Het besluit kan dan worden  genomen ongeacht het aantal aanwezige leden, en met een meerderheid van stemmen van tenminste drie/vierde van de leden die present zijn.
Voorstellen tot besluiten als dit moeten tenminste vier weken voor de bedoelde vergadering in de schriftelijke oproeping waarin de voorgestelde wijziging letterlijk is opgenomen, ter kennis van de leden zijn gebracht of persoonlijk aan hen zijn overhandigd. De oproepingstermijn geldt niet voor een eventuele tweede vergadering.
2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Tot het doen opmaken van deze akte is iedere bestuurder bevoegd.
3. Het bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede van de gewijzigde statuten neer te leggen in het daartoe bestemde handelsregister van de Kamer van Koophandel.

ONTBINDING EN VEREFFENING
Artikel 18
1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Dit dient een unaniem besluit te zijn dat door de gezamenlijke bestuurders genomen wordt.
2. Indien het bestuur besluit tot ontbinding wordt tevens de bestemming van het liquidatiesaldo vastgesteld. In andere gevallen van ontbinding wordt de bestemming van het liquidatiesaldo door de vereffenaars vastgesteld.
2. De vereffening van het liquidatiesaldo geschiedt door de personen die bij de ontbinding zitting hebben in het bestuur, tenzij het bestuur daaromtrent anders besluit.
3. De stichting blijft na de ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moet aan haar naam worden toegevoegd: “in liquidatie”. De vereffening eindigt op het tijdstip waarop aan de bestuurders geen baten meer bekend zijn. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
4. Een eventueel batig liquidatiesaldo van de ontbonden stichting wordt overeenkomstig de doelstellingen besteed. Een vereffening van dat saldo dient te allen tijde in overleg te geschieden met de oprichter dan wel zijn erfgenamen.
5. Het bestuur c.q. de vereffenaars dienen te allen tijde te trachten het stichtingsarchief en de collecties compleet en intact te houden. Indien ter liquidatie geldelijke middelen onttrokken dienen te worden aan de “Collectie Burgsteyn” dient dat altijd in overleg en met instemming te geschieden van de oprichter dan wel zijn erfgenamen.
Het stichtingsarchief en de “Collectie Burgsteyn” kunnen slechts vervreemd worden na de expliciete toestemming van de oprichter dan wel zijn erfgenamen.
 5. De bestuurders dragen er zorg voor dat van de ontbinding van de stichting, inschrijving geschiedt in het daartoe bestemde handelsregister van de Kamer van Koophandel.

SLOTBEPALINGEN
Artikel 19
1. In alle gevallen waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.
2. Onder schriftelijk wordt in deze statuten verstaan elk via de gangbare communicatiekanalen overgebracht bericht, waarvan uit een geschrift blijkt.

SLOTVERKLARINGEN
Tenslotte verklaarde de comparant:
a. het eerste bestuur bestaat uit drie personen;
b. voor de eerste maal zijn bestuurders, in de achter hun naam vermelde functie:
    1. de volmachtgever van comparant, de heer Pieter Burgsteyn, als voorzitter;
    2. mevrouw Jacomina Beumer-Mintjes, als secretaris;
    3. mevrouw Eunice do Rosario Pais, als penningmeester.
c. de stichting is gevestigd op het adres Dorpsstraat 104, 6871 AP Renkum; het postadres is Morel 5, 3941 SG Doorn.
d. het eerste boekjaar van de stichting eindigt op 31 december 2008.

De comparant is mij, notaris, bekend; zijn identiteit is door mij, notaris, aan de hand van voormeld document vastgesteld.